Impressies onderweg
Robert, Mijn innerlijke reis, Leven in verwondering
1) Robert
Piëta
Nog één maal
mijn stervend kind
op schoot.
Behoedzaam omvattend
het schamele lijf,
het omhullend
met mijn liefde.
Hemel en hel verbonden.
Het onnoembare heelal
opent zich in al zijn
volheid en vrede.
Heilige bron
Dwars door het
onttakelde lichaam heen,
straalt jouw wezen
puur en zuiver.
En ik?
Ik mag mij laven
aan deze heilige bron.
Verroeste poorten
Niets meer over,
het vege lijf ontleed
tot op het bot.
Zeeën tranen,
als bijtend zout,
ontgrendelen
de verroeste poorten
van mijn hart.
Gestorven
Als van was en
onwaarschijnlijk mooi,
nu de pijn van
jouw gezicht is gegleden.
Straal jij van een
serene schoonheid.
Onze liefde draagt jou
zo ver wij kunnen.
tot ver voorbij
de laatste grens.
Grafspreuk
Kind van het Licht.
Jij,
die zoveel harten
heeft doen openbloeien.
Jouw lichaam,
dat zijn heilige taak
vervuld heeft,
vertrouwen wij toe
aan moeder aarde.
De kringloop van
leven en dood doorlopen,
keer je terug
naar de bron.
Danser
Danser op
de regenboog,
vaak onbereikbaar ver.
Jouw lach
als een lichtstraal
uit een andere wereld.
2) Mijn innerlijke reis
Kettingen van licht
Geen licht te zien,
geen licht te zien.
Zwarter dan
het zwartste zwart.
De lach
van een kind.
De geur
van een roos.
Speldenknoppen licht
in een donker heelal.
Ik rijg ze aaneen.
Kettingen van licht
doorboren
het duister.
Vervreemding
De tafel,
onwaarschijnlijk klein.
Mensen als
minuscule poppetjes
om mij heen.
In welke werkelijkheid
ben ik beland?
Hoe de afstand
te overbruggen?
Landschap
Het landschap
zonder beschutting.
Het woeste pad,
nog nooit betreden.
Struikelend
vind ik mijn weg
langs de afgrond.
Ik sta stil
en ontdek
een bloeiende bloem
naast mijn voeten.
Weerbarstig
Alles om mij heen
valt op zijn plaats
nu ik nog...
Gestoord
Buiten mijzelf
vertoevend,
vind ik
geen weg
naar mijn Zelf.
Stille stroom
Onder alle woorden
een stille stroom.
Ervaringen gezonken.
Humus voor mijn ziel.
Nieuwe grond
De muur
van de wanhoop,
wierp mij terug
in mijn Zelf.
Ik zoek nieuwe grond
onder mijn voeten.
Spiralend
Spiralend
afgedaald
in mijn lijf.
Sfeer
na sfeer.
Donkere spelonken,
onverwacht
vol licht.
eindelijk thuis
op aarde.
Burn-out
Afgebrand
tot op
de grond.
Vruchtbare as
voor een
nieuw bestaan.
Draaikolk
De draaikolk
van het leven,
stuurt mij
opnieuw,
met machtige kracht
tot in het
centrum
van puur
"Zijn".
Explosie
Door de explosie
van de pijn,
neergesmeten
op de bodem
van de put.
Geluidloos kermend
als een gewond dier.
Mensen:
sterrenstelsels
ver weg.
Onbereikbaar.
Jonge Boeddha
Een donkere nacht vol
uitgekristalliseerde pijn,
waste mij schoon.
In het ochtendgloren
ontwaak ik als
een 'Jonge Boedha".
Ivoren toren
Gevlucht
in mijn ivoren toren.
Onzichtbaar.
Ongekend.
Angst blaast
zijn hete adem
in mijn nek.
Verlangen
sluipt door de
kieren naar binnen.
Tastend
vind ik,
in de kelder,
de doorgang
naar de wereld.
3) Leven in verwondering
Ruimte
Dwars door het
gouden hart van
een roos
gevallen
in een zachte
oneindigheid.
Verdronken
in de blauwe ogen
van een kind.
Oceanen
van liefde.
Mijzelf vergetend,
aanwezig
in de wereld.
Zachtheid
Huid
aan huid
geen jij
geen ik
Oplossend
in de warmte.
Het universum
schenkt ons
zijn zachtheid.
Weerzien
Na een
verre reis
Naderen
wij elkaar.
Zo broos,
zo kwetsbaar
Bijna te teer
om aan te raken.
Kleinkind
In het hart
van een lotus,
zag ik jou
voor het eerst.
In de diepte
ontvingen
wij elkaar.
Blauwe regen
Zittend onder
de blauwe regen,
vind ik vrede
in mijzelf.
Ik kijk omhoog
en wist niet
dat de hemel
zo nabij is.
Vlinder
Ik laat veiligheid
achter mij.
En dans in
een open hemel.
Kwetsbaar te zijn
als een vlinder
in het zonlicht,
brengt mijn roeping
in zicht.
Het hert
Verwonderd,
het hert en ik.
Oog in oog
in het verstilde bos.
Zoekend kijken
vanachter
het gebladerte,
verdrinken onze ogen
in elkaar.
Dankbaar
vul ik mij
met zijn van leven
trillende schoonheid.
